Knie prothese

Wat?

Een knieprothese is een vaak uitgevoerde behandeling voor gevorderde arthrose aan de knie. Knie-arthrose veroorzaakt pijn, voornamelijk bij stappen maar soms ook in rust. Daarnaast lukt het moeilijker om te stappen en trappen op en af te gaan. In deze gevallen is een prothese vaak aangewezen.

Alvorens over te gaan tot een knieprothese dient eerst een niet-operatieve behandeling uitgeprobeerd te worden, die bestaat uit dagelijkse oefentherapie, pijnstilling, ontstekingswerende zalf, een knieverband en eventueel een inspuiting met cortisone of hyaluronzuur.

De timing van de operatie is belangrijk: deze mag niet te vroeg maar ook best niet te laat gebeuren. Als de slijtage nog te weinig uitgesproken is is een prothese niet de oplossing. Dagelijks een goede wandeling of fietstocht maken is dan heel nuttig om de pijnklachten verder te controleren en te verminderen. Er wordt best ook niet té lang afgewacht, want als het been krom groeit ten gevolge van de slijtage, of niet volledig meer strekt of plooit is de operatie zelf soms een stuk complexer en dient er gebruik gemaakt te worden van een complexere prothese.

Totale knieprothese

De "gouden standaard" voor de behandeling van gevorerde arthrose van de knie. Hierbij wordt het kapotte kniescharnier vervangen door een kunstgewricht. Bij een nieuwe knie operatie wordt een nieuw gewricht gecreëerd, door enkele millimeter kapot bot en kraakbeen weg te nemen en dit te vervangen door kunststof, zijnde metaal en poly-ethyleen (uitgeharde plastiek). Er bestaan verschillende technieken, waarbij de kruisbanden en de knieschijf kunnen vervangen of bewaard worden.

Vaak is het volledige gewricht aangetast en wordt geopteerd voor een vollledige veranging van het gewricht (totale knieprothese).

Mediale knieprothese

Indien slechts een deel van het gewricht aangetast is kan een gedeeltelijke prothese een oplossing zijn (partiële knieprothese). Hierbij wordt enkel het deel van de knie dat aangetast is vervangen door een prothese. Let wel: net zoals bij een totale knieprothese wordt zowel een stukje van het boven- en het onderbeen vervangen, en wordt er een tussenstuk geplaatst om de glijding tussen de 2 andere gedeelten te verbeteren. Het is dus niet zo dat enkel het boven- of onderbeen wordt vervangen.

Meestal is enkel de binnenzijde (= de mediale kant) aangetast en wordt enkel dit vervangen. Het voordeel van deze partiële prothese is dat het eindresultaat een natuurlijker gevoel geeft in vergelijking met een knieprothese. Ook zijn de complicaties en risico's van de procedure zelf een stuk geringer bij een partiële prothese in vergelijking met een totale prothese.

De radiografie en het onderzoek bepalen of deze ingreep mogelijk is. De resultaten van deze ingreep zijn goed zolang aan de juiste voorwaarden is voldaan, namelijk dat de aantasting zich beperkt tot de binnenzijde van de knie. Tijdens de operatie wordt steeds nagekeken of het correct is om een partiële prothese te plaatsen. Zo er aantasting van het andere compartiment wordt vastgesteld kan er onmiddellijk omgeschakeld worden naar een totale knieprothese.

Laterale knieprothese

In meer zeldzame gevallen is er enkel aantasting van de buitenzijde van de knie (de laterale kant). Dit komt bijvoorbeeld voor als enige tijd voordien de buitenmeniscus (al of niet volledig) werd verwijderd. De beschrijving geldt zoals de voorgaande paragraaf voor mediale knieprothese, alleen wordt nu enkel de buitenkant vervangen. Opnieuw geldt dat de uiteindelijke beslissing slechts wordt genomen op het moment van de operatie zelf, en dat kan overgegaan worden tot een toale knieprothese als zou blijken dat dit nodig is.

Patellofemorale knieprothese

Een laatsts vorm van een partiële knieprothese is de patellofemorale knieprothese. Deze kan geplaatst worden indien enkel het knieschijfgewricht is aangetast, hetgeen vooral last veroorzaakt bij het op- en afgaan van trappen en het rechtkomen uit een lage stoel. In dit geval wordt enkel de knieschijf en de goot voor de knieschijf vervangen door een kunstgewricht.

Nadien?

Van zodra de prothese geplaatst is mag deze belast worden. Het is niet nodig om in bed te blijven liggen na een knieprothese! Integendeel, rust roest! Onmiddellijk na de operatie mag u steunen op het geopereerde been.

Het innemen van voldoende pijnstillers en, zo dit bij u is toegestaan, ontstekingsremmers zijn belangrijk de eerste dagen tot weken na de ingreep. Dit om de pijn controleerbaar te houden en u in staat te stellen goed te oefenen.

U heeft een groot deel van het resultaat van uw prothese in eigen handen! Een perfect geplaatste prothese zal niet functioneren als de spieren rondom de knie niet goed werken. Regelmatig en veel oefenen is noodzakelijk, en uw kinesist heeft hierbij een belangrijke begeleidende rol. Waar vroeger veel aandacht werd besteed aan de souplesse van de prothese, wordt nu veel aandacht besteed aan het functioneren, waarbij uw kinesist uw coach is. Het is dus belangrijk dat u veel oefent, maar de oefentherapie zelf moet binnen de pijngrenzen gebeuren. Als de knie geforceerd wordt veroorzaakt dit bloedingen en ontstekingen, die zullen leiden tot meer pijn en een vertaagde revalidatie.

Complicaties?

Een knieprothese is een zeer vaak uitgevoerde ingreep met een beperkt risico op complicaties. Ernstige complicaties zoals een hartaanval of een herseninfarct zijn uiterst zeldzaam.

Flebitis of bloedklontering kan optreden. Deze klonters kunnen loskomen en naar de longen schieten en daar een levensbedreigend longembool veroorzaken. Het risico hierop wordt zo laag mogelijk gehouden door u zo snel mogelijk na de operatie te laten opstaan. Hierdoor treden de spieren in werking hetgeen de bloedcirculatie stimuleert. Ook dit is één van de redenen waarom u vaak dient te oefenen en zo weinig als mogelijk in het bed moet blijven liggen.

Infecties kunnen zowel oppervlakkig rond de wonde of dieper rondom de prothese optreden. Oppervlakkige wondinfecties kunnen in de meeste gevallen behandeld worden door antibiotica, of met een wondspoeling. Diepe infecties vergen meestal bijkomende chirurgie waarbij vaak de prothese dient verwijderd te worden. Tijdens de ingreep worden hygiënische maatregelen getroffen en wordt antibiotica gegegen om het risico op infecties zo laag mogelijk te houden. Ook later na het plaatsen kan een besmetting van de prothese optreden, vanuit een wondinfectie of bv. een tandabces.

Over het algemeen is de beweeglijkheid van de knie na de operatie een stuk beter dan voordien. Desalniettemin gebeurt het soms dat er verstijving ontstaat. Jonge patiënten zijn hier gevoeliger voor. Hiervoor kan het soms nodig zijn dat de prothese moet bijgeplooid worden.

Sommige complicaties zoals schade aan bloedvaten en zenuwen zijn uitermate zeldzaam. Op termijn kan het zijn dat de prothesen verslijten en loskomen. In sommige gevallen blijft een patiënt, zelfs na een geslaagde operatie, pijn ondervinden. In de meeste gevallen kan hiervoor geen reden gevonden worden en is een heroperatie nutteloos.