Anatomie schouder

Algemene anatomie

De schouder is het gewricht dat de verbinding vormt tussen de arm en het lichaam. Het is het gewricht dat in feite dient om de hand op een bepaalde plaats in de ruimte te plaatsen, zodanig dat uw hand op afstand van uw lichaam kan gebruikt worden. Er wordt naast een zeer grote beweeglijkheid ook een belangrijke dynamiek verwacht van dit gewricht: denk maar aan het werpen van een bal.

Om deze zeer grote beweeglijkheid te kunnen bereiken is de schoudergordel opgebouwd uit verschillende delen die tov. elkaar bewegen in één vloeiende beweging.

De bol van de bovenarm maakt gewricht met een pannetje op het schouderblad (het zogenaamde “glenohumerale gewricht”).

De bol is veel groter dan het pannetje, en het pannetje is ook vrij plat.

Het pannetje heeft de vorm van een peer (dus bovenaan wat smaller dan onderaan).

Het gewricht heeft een gewrichtskapsel, die bol en pan aan mekaar houden. Gezien het gewricht zeer beweeglijk moet zijn, is deze kapsel vrij ruim. In de kapsel zitten gewrichtsbanden, die zorgen voor extra stevigheid.

Aan de kant van de bovenarm zitten kapsel en gewrichtsbanden vast aan het bot. Aan de kant van het pannetje zitten kapsel en gewrichtsbanden vast aan een dikke bandvormige ring die rond het pannetje vasthangt (dit wordt het labrum genoemd).

Vanuit dit labrum vertrekt bovenaan één van de twee pezen van de bicepsspier (dit is de spier die je ziet in de bovenarm bij het opspannen van de “forsballen”).