Instabiliteit

Wat?

We spreken van instabiliteit indien het schoudergewricht niet stabiel blijft bij alle bewegingen: de bol gaat te ver naar voor, onder of achter tov het pannetje. Dit kan zover gaan dat er zelfs een volledige ontwrichting onstaat: we noemen dit een luxatie. Indien er geen volledige luxatie optreedt, spreken we van een subluxatie.

Wanneer een luxatie optreedt in de schouder door een val, worden de gewrichtskapsel en de gewrichtsbanden die erin liggen beschadigd. Meestal scheurt de bandvormige ring (het labrum) af aan de kant van het pannetje. Men noemt dit een labrumletsel of Bankart letsel.

Wanneer het labrum aan de bovenkant loskomt, noemt men dit een SLAP letsel.

Bankart en SLAP-letsels komen in ongeveer 80% van de gevallen na een luxatie voor.

Een tweede mogelijkheid is dat de gewrichtskapsel en gewrichtsbanden uitgerokken worden. Op de contrastfoto’s of NMR-scan zien we dan een zeer ruime kapsel.

Een derde mogelijkheid is dat de gewrichtskapsel afscheurt daar waar hij vastzit aan de bovenarm, rond de bol. Dit letsel wordt een HAGL letsel genoemd. Het is een eerder zeldzaam letsel dat daarenboven moeilijk wordt gediagnosticeerd.

 

Hoe behandelen?

De behandeling van deze letsels hangt af van het soort letsel en de leeftijd waarop de instabiliteit voorkomt. Tevens hangt het af van het feit of de instabiliteit is opgetreden na een trauma of val, dan wel of de instabiliteit geleidelijk aan is opgetreden, al dan niet bij personen met hyperlakse gewrichten.

Traumatische luxaties op jonge leeftijd (<30jaar) hebben een enorm hoge recidief kans: tot meer dan 90% ! Dit betekent dat de kans op nieuwe en steeds weerkerende ontwrichtingen zeer hoog is.

Wanneer er door de ontwrichting begeleidende letsels zijn opgetreden, zoals beschadiging van het kraakbeen, is de kans ook groot dat er blijvende hinder en pijn zal optreden.

Het is moeilijk om alle factoren die bijdragen tot de beslissing tot beste behandeling hier te vermelden.

Bankart letsels op jonge leeftijd en patiënten die meer dan 2 luxaties hebben doorgemaakt worden best heelkundig behandeld, meestal via arthroscopie. 

Patiënten met een uitgerekte kapsel worden in eerste instantie conservatief behandeld en krijgen een intensief trainingsschema na een korte periode van rust. Indien er na deze revalidatie hinder blijft, of indien er steeds weerkerende luxaties of instabiliteit blijft, wordt best een heelkundige ingreep uitgevoerd via arthroscopie. Zelden is een open ingreep nodig.
Patiënten die hyperlaks zijn en geen echte ontwrichtingen doorgemaakt hebben dienen minimum 4 maanden lang een intensief revalidatieprogramma te volgen. Hierbij wordt de nadruk gelegd op het trainen van de spieren van de schoudergordel, en dan voornamelijk de “rotatoren” van de schouder. Slechts bij falen van dit programma is heelkunde aangewezen.

Wanneer Bankart of SLAP letsels worden geopereerd, dan wordt het labrum terug op zijn plaats vastgehecht. Dit gebeurt via arthroscopische weg, en er worden hier speciale kleine ankertjes voor gebruikt.

Het succes van deze ingrepen ligt rond de 90%. Letsels die acuut worden hersteld na een eerste luxatie, hebben daarbij een succes ratio van meer dan 95%, terwijl oudere letsels na meerdere luxaties of hyperlakse gewrichten eerder een succes ratio van 80 – 85 % hebben.